Grijpraster en referentieraster

Er zijn twee afzonderlijke rastersystemen in Vectorworks voor het uitvoeren nauwkeurig tekenwerk: het grijpraster en het referentieraster.

grid3.png 

Het grijpraster helpt je bij het nauwkeurig tekenen en positioneren van objecten. Als je inzoomt zie je dat het grijpraster wordt weergegeven als kleine stippen, afhankelijk van de schaal van het grijpraster. Gebruik het grijpraster in combinatie met de functie Grijp naar raster (zie Grijpen naar grid). De cursor “grijpt” automatisch naar elk interval op het grijpraster wanneer je de cursor over je scherm beweegt. Ook objecten die je creëert of verplaatst met de muis zullen naar het raster grijpen.

Je kan sneltoetsen gebruiken om objecten op het grijpraster te verplaatsen. Zie Voorkeuren Vectorworks: Categorie Tekenmethode voor meer informatie.

Het referentieraster is normaal zichtbaar op het scherm (afhankelijk van de zoomfactor en de afmetingen van het raster). Het handigste is als je het referentieraster overeenkomstig de schaal van de laag instelt.

Afhankelijk van de tekening kunnen het grijpraster en het referentieraster dezelfde of een verschillende schaal hebben. Ter illustratie: als je keukenkasten wilt tekenen met een tolerantie van een achtste van een centimeter, stel het grijpraster dan in op 1:8. Dezelfde waarde voor het referentieraster zorgt echter voor te veel rasterlijnen in de tekenzone, wat het moeilijker maakt om te tekenen. Stel het referentieraster bijvoorbeeld in op 1cm. Zo zie je slechts één lijn per centimeter.

Stel bij het openen van een nieuw bestand het grijp- en referentieraster in volgens de schaal van de tekening. Zie Een document opmaken. Indien gewenst, kan je de kleur van het referentieraster bewerken. Zie Instellingen grafische onderdelen.

Niet gevonden wat je zocht? Vraag het aan onze virtuele assistent Dex.